JOHAN BOLLEN

Geboren in 1964 in Maaseik, België, en opgegroeid in de gemeente Lanaken. Hij behaalde een diploma psychologie in Leuven en vertrok in het begin van de jaren negentig naar El Salvador om er te werken als coöperant in de ontwikkelingssamenwerking. Daarna werkte Johan als Vrijwilliger voor Verenigde Naties in Tegucigalpa, in een programma ten behoeve van straatkinderen, terwijl hij 's avonds en in de weekends voornamelijk schilderde. Het was in die tijd dat hij voor het eerst het gevoel kreeg dat hij 'kunstwerken' aan het maken was, alhoewel hij al sinds zijn studententijd schilderde en met fotografie bezig was. Maar dit was anders. Johan kreeg koude rillingen van de werken die hij maakte. In die tijd in Tegucigalpa besefte hij dat zijn weg in dit leven beter die van de kunst zou kunnen zijn. Eind jaren negentig keerde hij terug naar België met het idee die weg te volgen. En dat heeft hij tot nu toe gedaan, ook toen hij na twee jaar in België naar Bolivia vertrok. Vandaag woont Johan opnieuw in Belgie. 

Rode bollen

In de tijd dat hij in Tegucigalpa woonde ontstonden er verschillende werken waar twee rode bollen een prominente maar onduidelijke rol speelden ('Levensboom' bijvoorbeeld). Na een handvol van die werken begon hij die twee bollen te beschouwen als verwijzend naar de identiteit van de kunstenaar. Er was tenslotte ook de voor de hand liggende associatie met zijn achternaam. Johan was altijd al terughoudend om zijn naam op zijn werk aan te brengen, maar deze twee rode bollen zijn deel van het werk, en ontstonden spontaan tijdens het proces in plaats van dat ze naderhand op het werk werden aangebracht. Tot nu toe 'gebruik' hij de twee rode bollen vaak als verwijzing naar de 'auteur' van het werk. 

Hij beseft dat deze auteursidentificatie, die zich soms laat zien als twee rode ogen, en dan weer in de vorm van twee koperen bulten, veel onduidelijker is dan een handtekening, en dat trekt hem aan vanuit een interesse voor de anonimiteit in de kunst. Johan laat wel ook regelmatig zijn naam achter op de werken, wat hem nog steeds overkomt als onnatuurlijker en soms ook ijdeler dan de twee rode bollen, ook al beseft hij dat een duidelijk oeuvre-identificerend teken niet noodzakelijk vanuit een egocentrische motivatie hoeft aangebracht te worden op een werk.